Scrum 1-2-3-4

Scrum 1-2-3-4

Zoals eerder al gezegd is Scrum geen methodiek, maar een raamwerk van nuttige technieken waarvan bekend is dat ze - mits samen toegepast - in complexe projecten tot goede resultaten kunnen leiden. In het kort bestaat Scrum uit vier belangrijke elementen:

1 Werkend product

Aan het eind van elke iteratie, elke sprint, is er een werkend product. Datgene wat wordt opgeleverd moet af zijn en bij wijze van spreken uitgeleverd kunnen worden. Belangrijk is dus dat er geen losse eindjes worden gelaten en dat het werk dat voor een periode van een sprint (bijvoorbeeld 2 weken) wordt aanvaard ook in die periode afgemaakt kan worden. Dat betekent vaak kleine stapjes, maar ook een constante (hoge) kwaliteit.

2 Lijsten

De administratie van een scrum project is heel eenvoudig. Er wordt met twee lijsten gewerkt: één lijst met het werk dat gedaan moet worden om het einddoel te bereiken (de zgn. Product Backlog) en één lijst met het werk dat in de huidige sprint wordt aangepakt (Sprint Backlog genoemd). Meer is er niet. Bovendien: de lijst product backlog hoeft niet compleet te zijn. Zolang de belangrijkste items bovenaan de lijst in voldoende detail genoemd zijn, is het prima als verder naar onderen de lijst nog vage of abstracte taken bevat. Het is een levende lijst.

3 Rollen

Om te voorkomen dat Scrum toch stiekem een proces wordt, is het aantal rollen zo beperkt mogelijk. De voornaamste rol is die van de Developer, de software ontwikkelaar (of vormgever of tester of database engineer, etc.) die voor de opdrachtgever waarde kan creëren. Zij zijn het team en organiseren zichzelf. Ze hebben dus geen voorman, geen lead developer, geen chef en geen manager. Een homogeen team van gelijkwaardige teamleden.

De klant en alle belanghebbenden wordt vertegenwoordigd door de Product Owner. Deze rol wordt ingevuld door iemand buiten het ontwikkelteam en is enigszins vergelijkbaar met die van een traditionele projectleider. Alleen geeft deze product owner geen leiding, hij dient het team door aan te geven welke werkzaamheden de meeste waarde voor de klant toe zullen voegen. Hij stelt dus prioriteiten en verschaft, vergelijkbaar met een domeinexpert, ook antwoorden op vragen die het team mogelijk heeft.

Omdat in Scrum continuous improvement een belangrijke waarde is, is er een derde rol speciaal weggelegd voor de Scrum Master. Deze persoon faciliteert het team en de product owner door obstakels weg te nemen en waar nodig te coachen en tot reflectie aan te zetten. De scrum master zorgt dus voor de olie die de machine soepel laat lopen. Hij is echter zelf niet dat smeermiddel: een scrum master is geen conciërge of een manusje van alles, hij is het spreekwoordelijke 'oogje in het zeil' en de organisator van oplossingen. Je zou hem een procesbewaker kunnen noemen.

4 Vaste contactmomenten

Het team, de product owner en de scrum master zijn zelf verantwoordelijk voor de organisatie van hun werk. Ze benaderen elkaar met vragen en wachten niet op leiding. Er zijn in een sprint evengoed vier gezamenlijke contactmomenten die helpen richting te geven aan het werk:

  1. Een planningsbijeenkomst aan het begin van elke sprint waarin wordt bepaald waaraan er de komende periode gewerkt zal worden.
  2. Een dagelijks staand rondje, de zogenaamde daily standup of daily scrum: doel is met elkaar te bepalen of de plannen moeten bijgesteld en er misschien problemen zijn die opgelost moeten worden. Vaak geeft elk teamlid daartoe kort aan wat hij gedaan heeft en verwacht te gaan doen.
  3. Aan het eind van de sprint wordt het werkende product besproken. Vaak begint zo'n zitting met een demonstratie van het gemaakte, waarna aan alle belanghebbenden (d.w.z. de klant, maar ook eindgebruikers en andere betrokkenen) wordt gevraagd om feedback.
  4. Ten slotte de belangrijkste meeting: de retrospective. Een moment van bezinning waarop het team gezamenlijk onderzoekt hoe het gefunctioneerd heeft, elkaar pluimen uitdeelt, maar ook aanstipt waar nog aan gewerkt moet worden. De retrospective is de aanjager van het proces van voortdurende verbetering.